Directie Alexandra: ‘loverboys bestaan wel degelijk’

ALMELO – Terwijl de voorbereidingen voor de verhuizing en sluiting van Huize Alexandra in volle gang is, komen Gerda Velthuizen, hoofd behandeling, Peet Scheepens, locatiemanager en Huib Blokzijl, directeur  van de aan Alexandra verbonden VSO/ZMOK-school De Lakestenen nog een keer bij elkaar om deze krant te woord te staan. Het onderwerp: Loverboys. De meest slecht gekozen benaming voor dit vreselijke fenomeen. Het onderwerp blijft de gemoederen bezig houden. Een beetje Googelen leert uw correspondent het volgende; naar schatting komen jaarlijks 1500 meisjes in handen van loverboys. Maar onderzoekers geven tegelijkertijd aan dat het hier gaat om een ruime schatting omdat het heel moeilijk vast te stellen is. Maria Mosterd’s verhaal bleek grotendeels verzonnen te zijn en sommige krantenartikelen spreken van een overdreven hetze tegen ‘zogenaamde’ loverboys. ‘Loverboys bestaan niet’. Dat is de mening van Marion van San, hoogleraar Jeugd en Educatie aan de Universiteit van Utrecht. Zij zei onlangs in het Radio 1 programma Dit Is De Dag dat het fenomeen van alle tijden is. Journalisten willen allemaal graag verhalen horen over lieve blanke meisjes die in de handen komen van donkere jongens, aldus Marion van San. Zij beweert dat het vaak de meisjes zelf zijn die onterecht aangifte doen, waarbij ze verhalen uit de media gebruiken om hun pooier waar ze onbeantwoord verliefd op zijn geworden een hak willen zetten. ‘Niet zelden zijn zij het zelf die hun pooier cadeautjes geven, uit angst dat die hen verlaat’, zo zegt van San in het radioprogramma.

‘Het fenomeen loverboys bestaat wel degelijk’, zegt Gerda Velthuizen. ‘Dat slachtoffers hun loverboy geen strobreed in de weg leggen, komt inderdaad voor. Het Stockholmsyndroom speelt daarbij een grote rol. Zelfs als politie en justitie betrokken raken bij een dergelijke zaak, wil dat nog niet zeggen dat het slachtoffer zich tegen de loverboy keert. Juridisch gezien is het heel moeilijk om vast te stellen of een meisje slachtoffer is geworden.’ Door dit soort berichtgeving is het gemakkelijk het idee aan te hangen dat loverboy-problematiek mee zou vallen of sterker, helemaal niet bestaat. In Nederland wordt de noodzaak van voorlichting op scholen, door gemeenten en politie gelukkig ingezien. Naar aanleiding van een eind vorig jaar door Avenier, locatie Alexandra samen met de Otto Gerhard Heldringstichting en De Lindenhorst georganiseerde expertmeeting start drs. G.H.P (Peer) van der Helm binnenkort een vier jaar durend onderzoek naar afhankelijkheidsrelaties. Dit in nauwe samenwerking met de drie genoemde instellingen. Peer van der Helm is afgestudeerd in de geneeskunde en Arbeids- en Organisatiepsychologie en Ontwikkelingspsychologie en onlangs gepromoveerd. De centrale vraag in het onderzoek luidt: hoe kan het toch dat sommige jonge vrouwen steeds weer in afhankelijkheidsrelaties terechtkomen? Met het beantwoorden van die vraag moet duidelijk worden welke factoren afhankelijkheidsrelaties veroorzaken. Deze inzichten moeten hulpverleners in de toekomst handvatten bieden om de behandeling van deze jonge vrouwen te verbeteren. ‘In Alexandra is bij 80% van de opgenomen meisjes sprake van vermoedens van loverboy gerelateerde problematiek. Het komt ook voor, dat de vermoedens op onjuiste informatie van derden, vaak vanuit zorg en angst, zijn gebaseerd. Doorgaans komen we daar in de loop van de behandeling wel achter. Het is bij die meisjes belangrijk dat ze zich in eerste instantie veilig gaan voelen. In de praktijk blijken het niet altijd meisjes te zijn met allerlei onderliggende problemen. Dat kunnen ook juist meisjes zijn die heel naïef en uiterst beschermd opgevoed worden. Die categorie blijkt landelijk ook veel vertegenwoordigd. Dat zijn vaak onschuldige meisjes die via internet verstrikt raken. Die groep komt meestal niet op Alexandra. Wij hebben over het algemeen te maken met meisjes waar op meer fronten in hun leven zaken zijn misgelopen.’ aldus Velthuizen.

De begeleiding buiten
Het komt een enkele maal voor dat vermeende loverboys zich bij de hekken van Alexandra ophouden in de hoop contact te krijgen met ‘hun’ meisje. ‘Dan lopen medewerkers van de receptie nog wel eens even naar ze toe om duidelijk te maken dat zij hier niet welkom zijn. Meestal gaan ze dan wel weg en een enkele keer moeten we de politie bellen. De politie is van deze situatie op de hoogte en komt dan ook onmiddellijk’, aldus Peet Scheepens. Tijdens de behandeling van meisjes die te maken hebben gehad met loverboys is het belangrijk om hen goed voorbereid op straat te laten gaan tijdens verlof. Van sommige instellingen in Nederland krijgen slachtoffers daarom geen mobieltje mee tijdens hun verlof om zodoende geen contact met de loverboy op te kunnen nemen. Peet Scheepens hierover: ‘Alexandra zet in op een goede voorbereiding vóór het verlof. We bespreken met het meisje wat ze in bepaalde situaties het beste kan doen, het zogenaamde preventieplan. Het is daarbij belangrijk dat de meisjes zelf met oplossingen komen. Tijdens een verlof moet je ook risico’s durven nemen. Het zelfvertrouwen begint waar je vertrouwen geeft. Een toetsingcommissie beoordeelt altijd vooraf of het risico aanvaardbaar is.’ De specialisten bij Alexandra zijn er wel over uit. Loverboys bestaan.

Door: Alwin Offereins

Posted in Nieuws

1 Reactie op “Directie Alexandra: ‘loverboys bestaan wel degelijk’
  1. lisa schreef:

    er zullen zeker loverboys bestaan
    maar niet zoals mmaria mosterd wil doen geloven
    je moet wel bij de werklijkheid blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*