Lovergirls artikel

Lovergirls
en de problematiek van balanceren op de grens tussen hulpverlening en strafrecht

 

 

Meesterproef
Artikel
2012 – 2013

Inleiding
Hoe langer ik nu uit die wereld ben, hoe meer gevoel ik terug krijg. Je hoort dat je je er niet voor hoeft te schamen, maar dat is heel moeilijk. Ik schaam me vooral tegenover de slachtoffers. Zij hadden het idee dat ik een goede vriendin van hun was, maar ik was juist diegene die ze in de wereld van loverboys bracht” (Lovergirl, 2013)

Het overgrote deel van de maatschappij heeft een beeld bij het begrip loverboys. Jongens met dure kleding en patserige auto’s die rondhangen bij het schoolplein en uitkijken naar meiden die ze kunnen strikken voor hun criminele praktijken.
In 2012 duikt in de media echter het begrip lovergirls op. ‘Lovergirl vervangt loverboy voor ronselen minderjarige prostituees’, zo wordt in het NRC gekopt (NRC, 2012) en ‘Lovergirls in opmars, aldus het AD (AD, 2012).  Door hulpverleners wordt voor de opmars gewaarschuwd. Er is echter maar weinig wat ze kunnen doen, zo wordt in het artikel van het AD geschreven.

Gekeken naar de omschrijvingen hierboven kan gesteld worden dat lovergirls gelijk zijn aan loverboys. Een mensenhandelaar met als vooropgezet doel om een misbruikrelatie te creëren (van Dijke & Terpstra, 2005).
Gesprekken met professionals leverden echter een ander beeld op. Zo wordt door mw. de Wit vanStopLoverboysNu aangegeven dat lovergirls slachtoffers zijn die dader worden gemaakt. Dit gegeven wordt door mw. Jobse(recherchespecialist van de vreemdelingenpolitie)en dhr. van der Bilt (jeugdpolitie) bevestigd. Hieruit kan mijnsinziens opgemaakt worden dat lovergirls zowel dader als slachtoffer zijn, wat maakt dat ze balanceren op de grens tussen hulpverlening en strafrecht.

Vanuit mijn stage bij de jeugdpolitie in het tweede jaar van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan Avans Hogeschool te Bredakan ik uit ervaring zeggen dat het werken met jongeren die balanceren op deze grens een complex iets is. In het artikel van het AD wordt aangegeven dat er maar weinig is wat hulpverleners kunnen doen. Hier ben ik het niet mee eens. Er zal enige creativiteit mee gepaard dienen te gaan, maar dat is iets wat geen enkele maatschappelijk werker dient te schuwen. Hierbij kan tevens gerefereerd worden aan de kerntaak van de maatschappelijk werker: het vertalen van maatschappelijke ontwikkelingen in nieuwe beroepsopgaven.
In dit artikel wil ik dan ook uiteenzetten hoe de maatschappelijk werker kan omgaan met de dubbele problematiek van lovergirls die zowel een dader- als een slachtofferschap bevat en wat voor kader dit schept voor wat betreft de hulpverlening vanuit het maatschappelijk werk.

Lovergirls
In 2009 heeft het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid in de handleiding loverboy-casussen het begrip lovergirl gedefinieerd als: ‘Een meisje, al dan niet in dienst bij een loverboy, dat jonge meiden dwingt of manipuleert seks te hebben tegen betaling’, (Arendsen, 2009).  In deze beschrijving komt naar voren dat een lovergirl al dan niet in dienst zou staan bij een loverboy. Dit wordt bevestigd in de zevende rapportage mensenhandel, waarin wordt benoemd dat diverse hulpverleningsinstanties van mening zijn dat lovergirls mogelijk slachtoffer zijn van loverboys (BNRM, 2009).  Het slachtofferschap wordt in beide rapportages vrij voorzichtig omschreven met woorden als ‘al dan niet in dienst bij’ en ‘mogelijk slachtoffer zijn’.
De professionals uit het werkveld zijn hier eenduidiger over. Allen geven aan dat lovergirls voornamelijk slachtoffer zijn. Volgens mw. Jobse, die het fenomeen vanuit de praktijk kent, doen lovergirls er alles aan om in een goed blaadje te komen en/of te blijven bij haar loverboy. Als dit betekent dat ze andere meiden moeten gaan ronselen dan doen ze dat, puur om hun loverboy te ‘pleasen’.

Hierop voortbordurend kan gesteld worden dat lovergirls slachtoffers zijn van loverboys. Dit maakt dan ook dat ze qua kenmerken overeenkomen met de kenmerken die ‘gewone’ slachtoffers van loverboys ook hebben. Hierbij kan gedacht worden aan het krijgen van conflicten met de ouders, het afkomstig zijn uit een multi-problem gezin waarbij de stabiele basis ontbreekt, het hebben van een laag zelfbeeld etc. Er is echter een aspect waarin lovergirls verschillen van de ‘gewone’ slachtoffers van loverboys en dat is het gegeven dat ze op een bepaald moment zelf meiden gaat ronselen voor haar loverboy.

Verklaringen
“Ik voelde niets op dat moment. Ik voel me geen dader en geen slachtoffer. Het was mijn wereld, het was iets wat je maar deed zodat je zelf iets niet hoefde te doen. Er ging veel drugs mee gepaard. Ook wilde ik mijn loverboy tevreden stellen. Ik kreeg er dingen voor terug, zo hoefde ik zelf niet meer met mannen naar bed” (Lovergirl, 2013)

Zoals hierboven beschreven is er een bepaald punt waarop de lovergirl zelf meiden gaat ronselen voor haar loverboy. Omdat er nog weinig kennis is op het gebied van lovergirls kan het voor de maatschappelijk werker helpend zijn om inzicht te krijgen in het gedrag en de denkwijze van lovergirls. Hiermee kan er mogelijk een betere aansluiting gevonden worden wat betreft de problematiek en tevens een ingang tot een samenwerkingsrelatie.

Door theorieën uit de criminologie, risicofactoren van daders en risicofactoren van slachtoffers naast elkaar te leggen en te verbinden kan verklaard worden waarom lovergirls de stap maken om andere meiden te gaan ronselen. Een voorbeeld hiervan is de Sociale Leertheorie van Bandura (1983) waarbij ervan uitgegaan wordt dat gedrag wordt bepaald door straf en beloning. Volgens deze theorie wordt crimineel gedrag aangeleerd door bekrachtiging wat kan bestaan uit materiele, sociale of persoonlijke beloning (Kolthoff, 2011). Op het moment dat de loverboy het slachtoffer aanbiedt om te gaan werken als lovergirl wordt dit als beloning gezien. Tevens kan de lovergirl zich onttrekken aan de seksuele dienstverlening. Vanwege het sociale isolement en de angst voor represailles zal het slachtoffer de rol van lovergirl willen bemachtigen. Deze theorie sluit aan bij een risicofactor die zowel bij daderschap als bij het slachtofferschap naar voren komt, namelijk de relatie met vrienden en familie (Menger &Krechtig, 2008; van Dijke, Terpstra, Berger, & Geurts, 2006). Deze relatie is over het algemeen niet optimaal.Om die reden valt het slachtoffer niet snel terug op dit netwerk met sociaal isolement als gevolg. De drempel om over te gaan op lovergirl praktijken wordt op die manier dan ook verlaagd.

Hoe wordt er momenteel gehandeld?
Hulpverlening

Volgens mw. de Wit worden lovergirls door de hulpverlening op dezelfde manier benaderd als ‘gewone’ slachtoffers van loverboys. Er is weinig specifieke hulp en de kennis en expertise ontbreken, volgens de hulpverlener.

Dit blijkt eveneens uit de literatuur. De literatuur die geschreven is wat betreft effectieve interventies die werkzaam blijken te zijn in het geval van meisjesprostitutie is veelal gericht op het slachtofferschap. Aandacht voor het daderschap is geen onderdeel van de huidige hulpverlening. Dit bevestigd het gegeven dat er binnen het maatschappelijk werk nog weinig bekend is wat betreft het verlenen van hulp aan jongeren die balanceren op de grens tussen hulpverlening en strafrecht.

Gekeken naar de hulpverlening aan slachtoffers van loverboys kan gesteld worden dat deze uiteenlopend is.  Er is een doelgroep die in aanmerking komt voor ambulante hulp. Hierbij is overheersende externaliserende problematiek, zoals delinquentie, echter een contra-indicatie evenals verslavingsproblematiek (Van Dijke, Terpstra, Berger, & Geurts, 2006).
De lovergirls die ik gesproken heb geven aan dat ze zich, naast het ronselen van andere meiden, ook schuldig hebben bevonden aan ander crimineel gedrag, zoals het transporteren van drugs, het plegen van overvallen enz. Drugsgebruik is daarnaast een veelvoorkomende problematiek. Door het gebruik van verdovende middelen trachten ze aan de werkelijkheid te ontsnappen.

Naast ambulante hulpverlening is er voor slachtoffers van loverboys de mogelijkheid om in een (gesloten) opvangvoorziening terecht te komen. Of deze vorm van hulpverlening passend is voor lovergirls wordt door mw. de Wit betwijfelt. Over het algemeen zijn de meiden gedemotiveerd waardoor ze binnen een bepaalde tijd weer de benen nemen. Van belang is dat ze zelf een keus maken: wel of niet uit de wereld stappen. Pas op dat moment is er met ze in gesprek te gaan.

Strafrechtelijk kader
Wat betreft de behandeling aan lovergirls binnen het strafrechtelijk kader waren de experts eenduidig. Lovergirls worden nooit vervolgd voor de criminele praktijken die ze hebben uitgevoerd.
Volgens mw. Jobse worden lovergirls nooit vervolgd voor de criminele praktijken die ze hebben uitgevoerd. Wanneer slachtoffers van mensenhandel (loverboys worden door politie en justitie gezien als mensenhandelaren) strafbare feiten hebben gepleegd dan geldt hiervoor het non punishment beginsel. Dit houdt in dat ze niet vervolgd worden voor de strafbare feiten die ze hebben gepleegd. Naast het bieden van bescherming is het non punishment beginsel ook in het leven geroepen om slachtoffers te stimuleren aangifte te doen.

Wat is effectief ?
Momenteel wordt het stuk daderschap, dat bij lovergirls een grote rol speelt, onderbelicht.  Het gaat hierbij niet om vergelding of het straffen van de lovergirl, maar om het verwerken van de feiten die gepleegd zijn en de schaamte die hierbij komt kijken. Een lovergirl gaf tijdens het interview het volgende aan:  “Je hoort dat je je er niet voor hoeft te schamen, maar dat is heel moeilijk. Ik schaam me vooral tegenover de slachtoffers. Zij hadden het idee dat ik een goede vriendin van hun was, maar ik was juist diegene die ze in de wereld van loverboys bracht” (Lovergirl, 2013)

Ook uit de literatuur blijkt dat het van belang is om het daderschap van de cliënt de ruimte te geven in de hulpverlening. De last van het daderschap wordt immers meegedragen, ook al is dit begrijpelijk of verklaarbaar (Hafkenscheid, n.d.).

Het gelijktijdig zowel slachtoffer als dader zijn vraagt van de maatschappelijk werker dan ook om een eclectisch integratieve aanpak. Er dient niet één methode, maar een gevarieerde werkwijze toegepast te worden. In deze werkwijze dient het slachtofferschap, maar ook het daderschap aan de orde te komen, iets wat in de huidige hulpverlening weinig tot niet gebeurt.

Slachtofferschap
Als gekeken wordt naar de effectieve interventies gericht op slachtofferschap dan komt uit de literatuur naar voren dat er een aantal specifiek werkzame factoren zijn voor hulp aan jeugdigen, namelijk:

  • Leren keuzes maken en plannen
  • Leren nadenken over voor- en nadelen van bepaald gedrag
  • Omgaan met vrienden zonder probleemgedrag
  • Een goede partner vinden
  • Een dagbesteding en passende vrije tijd hebben
  • Goed contact met ouders/familie hebben of dit verbeteren
  • Sociale vaardigheden aanleren
  • Risicovolle situaties herkennen en vermijden

( van Dijke, Terpstra, Berger, & Geurts, 2006)

Deze manier van hulpverlenen is passend voor de kerntaak van de maatschappelijk werker wat betreft het bieden van directe hulp/dienstverlening aan de cliënt gericht op veranderings- en competentiegerichte, ondersteunende en stabiliserende begeleiding.

Daderschap
De lovergirls die geïnterviewd zijn geven aan weinig over het ronselen te praten. Hierbij speelt schaamte een grote rol, eveneens het beeld dat de maatschappij van ze heeft. Naast ronselpraktijken zijn er ook andere dingen die ik heb moeten doen met die meiden. Hierin voel ik me aangekeken als een monster. Ik wil niet dat mensen me zo zien. Ik ben heel bang dat als ik dat soort dingen vertel ik als een kwaadaardig iemand word gezien” (Lovergirl , 2013).
Zoals ik eerder al aangaf gaat het bij het stuk daderschap niet om vergelding of het straffen van de lovergirl, maar om het verwerken van de feiten die gepleegd zijn en de schaamte die speelt. De bovenstaande quote van de lovergirl geeft de noodzaak hiervan weer.

Om terug te komen op de Sociale Leertheorie van Bandura (1983) biedt dit naast een verklarende theorie ook een leer theoretisch concept. Binnen deze theorie wordt namelijk beschreven dat leren aan de hand van de directe omgeving helpend kan zijn om de dader zijn eigen fout te laten herstellen. Tevens resulteert het in een afkeuring van de daad, maar niet van de dader (Kolthoff, 2011). De lovergirl kan hiermee haar schaamte overwinnen en tevens het idee van zich afzetten dat de maatschappij haar als een ‘kwaadaardig iemand’ ziet.

Samenwerkingsrelatie
Schwarze, Berger, & Geurts ( 2006) geven aan dat de basishouding van de maatschappelijk werker die hulp biedt aan risicomeisjes en meisjesprostituees aan 7 kenmerken dient te voldoen:

  • Outreachtend
  • Accepterend
  • Uitnodigend en laagdrempelig
  • Transparant, open en eerlijk
  • Confronterend vanuit betrokkenheid
  • Doorvragen is belangrijk, maar het accepteren van het verkrijgen van geen antwoord ook
  • Vriendschappelijke partner én pedagoog

Deze punten worden door de professionals uit het werkveld beaamd en aangevuld met de kernwoorden vertrouwensband, belangstelling tonen en objectief blijven. De lovergirls geven daarnaast aan dat het krijgen van tijd eveneens een belangrijke factor is.

Aanbevelingen
Gesteld kan worden dat er een aantal punten naar voren zijn gekomen die een aanbeveling verdienen.

Allereerst is het noodzakelijk dat de maatschappelijk werker op de hoogte is van het non punishment beginsel en wat dit betekent voor het daderschap van de lovergirl. Het is van belang om hiervan op de hoogte te zijn, zodat de maatschappelijk werker de lovergirl kan informeren over dit beginsel en tevens aangeven dat ze niet als dader door het strafrechtelijke kader gezien wordt. Informatie hierover kan voor de lovergirl helpend zijn om de drempel naar het doen van aangifte tegen de loverboy te verlagen. Het doen van aangifte kan steunend zijn in het verwerkingsproces.

 

De maatschappelijk werker dient het daderschap van de lovergirl niet onderbelicht te laten ten opzichte van het slachtofferschap en dient eclectisch integratief te werk te gaan. Zou dit niet aan de orde komen, dan betekent dit ook dat er geen sprake kan zijn van een effectieve samenwerkingsrelatie. Deze is immers onder andere gestoeld op vertrouwen, transparantie en confrontatie. Het is dan ook aan de maatschappelijk werker om naast het slachtofferschap ook aandacht te schenken aan het daderschap, mits dit in het eigen tempo van de lovergirl gebeurt.

 

Omdat lovergirls gebukt gaan onder schaamte richting de slachtoffers en de maatschappij kan de maatschappelijk werker de lovergirl informeren over het gegeven dat ze iets terug kan doen voor de maatschappij. Hierbij kan gedacht worden aan het geven van voorlichting op scholen/in buurthuizen over lovergirls om daar informatie te geven over lovergirls en hun werkwijze. Dit in het kader van preventie. De maatschappelijk werker kan de lovergirl hierin adviseren, ondersteunen en begeleiden.

 

Bronnenlijst artikel

Literatuur:
Arendsen, F. (2009). Handleiding Loverboy-casussen. Politie Gelderland-Midden

Bovenkerk, F., van San, M., Boone, M., Boekhout van Solinge, T. en Korf, D. (2006). Loverboys of modern pooierschap. Amsterdam: Augustus
Kolthoff, E., (2011) Basisboek Criminologie. Den Haag: Boom Lemma

Menger, A. en  Krechtig, L. (2008) Het delict als maatstaf. Methodiek voor werken in het gedwongen kader. Amsterdam: SWP

Schwarze, K., Berger, M., en Geurts, E. ( 2006). PrettyWoman. Praktijkvoorbeeld voor de aanpak van meisjesprostitutie. Amsterdam: SWP

Snellen, A. (2010). Basismodel voor methodisch hulpverlenen in het maatschappelijk werk. Bussum: Uitgeverij Coutinho

Van Dijke, A. en Terpstra, L., (2005) Loverboys: feiten en cijfers. Een quick scan. Amsterdam: SWP

Van Dijke, A., Terpstra, L., Berger, M. en Geurts, E. (2006). De betovering verbroken. Methodiek preventie en aanpak meisjesprostitutie. Amsterdam: SWP

Van der Wiele, D.  en de Ruiter, E. (2011). De Kleine Gids. Signalering en behandeling slachtoffers loverboys. Alphen a/d Rijn: Kluwer

Onderzoeken:
Hulshof, L. (2012) Lovergirls – bitches or victims? Masterthese in het kader van het
thema Conflict, risico en veiligheid.
Enschede: Universiteit Twente

NRM, Nationaal Rapporteur Mensenhandel (2009).  Zevende rapportage Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Den Haag: BNRM

Artikelen:
Bot, H. (2005) Als slachtoffers van geweld ook daders zijn.Cogiscope 0305
Binnengehaald op 10 mei 2013  van http://www.cogis.nl/uploads/documents/111.pdf

Hafkenscheid, A. (n.d.) Antitherapeutische effecten van het weggepoetste daderschap bij slachtoffers. Cogiscope 0305
Binnengehaald  op 10 mei 2013 van http://www.cogis.nl/uploads/documents/114.pdf

Krantenartikelen:
Lovergirl vervangt loverboy voor ronselen minderjarige prostituees (2012, 26 april) NRC
Lovergirls in opmars (2012, 26 april) AD

Uitzending
Dit gaat mis in de gesloten jeugdzorg (2009, 28 december) [Video file]
Binnengehaald van http://www.rtl.nl/components/actueel/rtlnieuws/2009/12_december/28/verrijkingsonderdelen/Misstanden_in_gesloten_jeugdzorg.xml

Interviews
Anoniem 1 (slachtoffer lovergirl)
Anoniem 2 (lovergirl)
Anoniem 3 (lovergirl)
Dhr. van der Bilt (jeugdpolitie)
Mw. Jobse (recherchespecialist Vreemdelingenpolitie)
Mw. de Wit (StopLoverboysNu)